Terug naar de namenlijst

Persoonskaart van Lodewijk Thomasz van Gresteck

Lodewijk Thomasz van Gresteck is geboren ±1585 te Monsjou (Monschau), zoon van en . Lodewijk Thomasz is overleden <02-10-1652 te Leiden , < 67 jaar oud. Hij is begraven 1652 te Leiden.

Lodewijk Thomasz trouwde 07-05-1611 met Aeltgen Harmensdochter en trouwde 15-01-1640 met Susanna Belsier.

Kinderen

- ♂ Harmen Lodewijksz van Gresteck 38 jaar oud
- ♂ Cornelis Lodewijksz van Gresteck 15 jaar oud
- ♀ Geertgen Lodewijcksdr. van Gresteck 77 jaar oud
- ♀ Maijcken (Marijtgen) Lodewijcksdr. van Gresteck 12 jaar oud
- ♂ Thomas Lodewijcksz van Gresteck 59 jaar oud
- ♀ Eva Lodewijcksdr van Gresteck 10 jaar oud
- ♂ Jan Lodewijcksz van Gresteck > 7 jaar oud
- ♂ Thomas Lodewijcksz van Gresteck 4 jaar oud
- ♂ Johannes Lodewijcksz van Gresteck 8 jaar oud
- ♀ Susanna Lodewijcksdr van Gresteck 83 jaar oud
- ♂ Cornelis Lodewijksz van Gresteck > 1 jaar oud




Afbeeldingen

Notities bij Lodewijk Thomasz van Gresteck

101/ l l

Lodewijck Thomasz *ca.1585
Was afkomstig uit het land van Monsjou (Monschau). Te Leiden was hij werkzaam als fusteijnwerker en -drapier en woonde aldaar o.a. aan de Heerenstraat, Toornsteech, Backersteech en de Middelwech. (Over het beroep van fusteijnwerker en drapier: zie ook artikel Leiden textielstad door J. Pison).

Uit het Echt-boeck A folio 167 (-Archief Leiden)
Begonnen met den Jare -Anno 1592

23 April 1611 Lodewijck Thomasz, fusteijnwercker,
30 April 1611 jongman uijt het Lant van Monsjau,
7 Mei 1611 vergeselschaft met Joost de Heijere,Zijn meester en
Aeltgen Harmensdr. Jongedochter van Leijden,
Vergeselschaft met Feijtgen Lossen, half-zuster.

Op 23 April 1611 had de aantekening (afkondiging) dus voor het eerst plaats. Het huwelijk werd op of kort na de derde afkondiging voltrokken.
Dat Lodewijck Thomas in het Echt-boeck staat ingeschreven, bewijst, dat hij voor de H.H. Schepenen op het raadhuis aangetekend en getrouwd is.
Hij werd n.l. nog als een vreemdeling beschouwd en was bovendien Luthers (de officiële staatskerk was die der gereformeerde of Hervormde Kerk).
Het land van Monschau is gelegen in het land van Gulick (Deutsland), tussen Eupen en Malmedy

Uit het Poorterboeck F 1603-1638 folio ??? (Archief Leiden)

Ontf.(angen) 3 gl. (gulden) 4 st. (stuivers)
Lodewijck Thomasz, fusteijndrapier uyt Lant van Gulick is op de getuijchenisse ende borchtogte van Jorian Hersebronck ende Willem Dircxz als poorter aangenomen op ten 13. Aprilis Anno 1618 voor Thijbault ende J. Pacts (Paets), Schepenen.

Uit het Hoofdgeldregister anno 1623 van de stad Leiden

Heerenstraat westzijde- beginnende aen &quot;t kerckhof
Suytwaerts- aen
Lodewijck Thomasz fusteijntrapier
Aeltgen Harmensdr. sijne huysvrouwe
Harmen
Geertgen
Marijtgen Lodewijcks kinderen
Eva

Dit Hoofdgeldregister had ten doel een belasting te kunnen heffen. Om te kunnen vaststellen wie voor deze heffing in aanmerking kwamen, werd een lijst samengesteld, vermeldende het hoofd van het gezin en zijn gezinsleden en de grootte van het inkomen.



Uit het Groot-bewijsregister Deel G No. 210
Wij Weesmeesteren der Stadt Leijden hier ondergeteijckent doen cont eenen ijgelicken dient behoort dat voor ons in onze vergaderinge ter Weescamere binnen derselver Stede gecomen ende verschenen zijn, Lodewijck Thomasz, fusteijndrapier, vader van Harmen out 17, Jan 6, Thomas 2, Geertgen 14 ende Eva 9 jaeren -al off- daeromtrent sijne weeskinderen gewonnen bij Aeltgen Harmensdr. ter eenre ende Jan Hoppen, laeckenbereijder ende Wouter Dircx, cleermaecker, gebeden vrunden in Name als gestelde voochden, voor de voorsz. Weeskinderen, ter andere sijde ende bekenden bij desen met onsen advyse, consent ende goetvinden als oppervoochden van allen onmondigen ende andere toesicht bekourende met den anderen aengaende den voorsz. Weeskinderen za. moederlieke nagelaten erffenisse in alle minne ende vruntschap overeengekomen ende verdragen te sijn, alles ten aensien van den sommier staet ende inventaris bij de vader voornt-, alhier ter camere overgelevert ende als naer gewoonte met eede bevestigt in voorgen als volcht: dat de vader voorseijt ten behouwe van sijn voorsz. Weeskinderen in voldoening alsvoren sal opleggen ende betalen de somme van thien hondert guldens te veertich grootte &quot;t stuck als ijder een gerecht vijffde paert van dien tot twee hondert gelijcke guldens soo haast ende wanneer selve ende ijder van hun int bijzonder sall of te sullen sijn gecomen ten volcommen ouderdomme van vijff en twintich jaeren, huwelijcken state off tot lichtinge van goederen sal of te sullen zijn -geadmitteert hier in voren ende tot daer toe soo beloofde de vader voornt. de selve te onderhouden in eeten, drincken, clederen, beijde linnen ende wollen, schoenen, schoolgang, voorts beneffens goede godtsalige tucht ende leringe van een goet ambacht off handwerck na der weeskinderen vernuft ende begrip aen de selve oock havenis ende gemack te doen sowel in siekte alsmede in gesontheijt, sulkx een godvresende vader voor den Almachtighen schuldich ende verplicht es te doen, sonder dat hij hemselven vant voorsz. onderhoudt bij eenige middelen sal mogen ontlasten. Al waert schoon dat hij daervoren dadelick off te eenigen tijden seeckere somme van penningen wilde opleggen comende de voorsz. weeskinderen ten volcome ouderdomme van vijff en twintich jaren, huwelicken state off lichtinge alsvoren soo belooffde de vader voorseyt -deselve eerlickĀ…. Naer uyteyschen sijnen staeten van hem uyttesetten hieronder ende tot vor seeckertheyt van alles wat voorsz. staet, soo was de vader verbindende gelijck hij doet bij dese eerst specialick sijn huysinge ende erve staende ende gelegen binnen desen stadt Leijden op de Groene Hasegraft, belent aen d&quot;een sijde ten snijdwesten Claes Quant ende aen d&quot;ander sijde ten snijdoosten Maartgen van Sonnevelt, streckende voor aen de strate tot achter aen den Doelen : Noch sijne huysinge ende erve staende ende gelegen binnen den voorsz. Stede op Levendael in de Brechten-poort, belent aen d&quot;een sijde Wouter Gerritsz Toledo nede aen d&quot;ander sijde de vader selff, streckende vooruijt de strate tot achter aen Passehier van Dale, metselaer: Noch sijn hijsinge ende erve staende ende gelegen binnen den selven Stede aen de suydsijde van de Mackersteech, belent aen d&quot;een sijde ten westen Cornelis Claesz. Cleermacker ende aen d&quot;ander sijde ten oosten Jan Pietersz. metselaer, streckende voor aen de strate tot achter -aen Pieter Cornelisz. warmoesman ende noch een huys ende erve staende ende gelegen in de vergrotinge der voorsz. Stede aen de snijdsijde van de Narmstraat, belent aen d&quot;een sijde ten oosten Jan Reijniers, backer ende aen d&quot;ander sijde ten westen Jan Jacobs van Suydlandt, streckende voor aen de strate tot achter aen Joris Jorissen, timmerman, wijders sijn persoon ende generalick alle sijne andere goederen, roerende, onroerende, egeen uijtgezondert ende met desen bewijse ende verseeckeringe de voochden voornomt hun volco-mentlick vergenougende soo transporteerden ende eedeerden sij den sulxen bij desen ten behouve van de voorsz. vader alle den weeskinderen gerechticheden derselve tot den boedel ende goederen bij de moeder voorseijt met den doot ontruijmt eenigsints gecompeteert hebbende. Alles ten goeden trouwen ende sonder argelist in oirconden desen bij ons met onse onderteijckeningen ende t&quot;segel van de weescamere bevesticht huijden den 26e Marty anno 1600 eenendertich. Onder de plique stont geteijkent J. van den Mij, J. van Bronchoren en -A. Jaspers van Vesanevelt, wesende besegelt.


Uit het Groot-bewijsregister Deel G No. 295
Lodewijck Thomasz, Fusteijndrapier
Wij Weesmeesteren der Stadt Leijden hier ondergeteijkent, doen ennt eenen ijgelicken dient behoort, dat voor ons in onse vergaderinge ter weescamere binnenden selve Stede -gecomen ende verschenen is, Lodewijck Thomasz, fusteijndrapier, so kennen gevende, dat hij met goeden -gelegentheyt vercoft hadde sijne huysinge ende erve staende en -gelegen binnen desen Stede van Leyden op de Groene Hasegraft achter de Doelen, mitsgaders sijne huysinge ende erve staende binnen den selven Stede-vergrotinge aen de suydsijde van de Narmstraat, beijde bij hem, comparant op ten 26e Marty 1600 een ende dertich, onder t&quot;segel van de weescamer alhier specialick onder -anderen verbonden voor een somme van thien hondert guldens, sijne kinderen, die hij
Sijne vijff kinderen, die hij compt. Gewonnen heeft bij Aeltgen Harmensdr. Sijn overleden huysvrouwe. over derselver moederlick bewijs bewesen, mitsgaders t&quot;opbrengen ende uytsetten, der selver. Naer der blijckens bij den bewijsbrieff, daer op desen tegenwoordigen es getransficeert Ende dat hem comparant alle &quot;t selve jegens sijnen caper van de voorsz. twee huijsingen was opsterende ende dienvolgende aen ons was versouckende, -dat wij de gemelde twee huijsingen souden willen ontslaen van t&quot; voorsz. bewijs, opbrengen ende uytsetten, met presentatie, -dat hij te vreden was in plaatse van dien weder daervoren specialick te verbinden sijn huyse en erve staende ende gelegen binnen desen Stede van Leijden op de Middenwech, -gelegen hebbende aen d&quot;een sijde Jan Hendricx Teller aen de Molen ende aen d&quot;ander sijde Rogier Bury, cleermacker, streckende voor van de Middenwech voorsz. tot achter aen Wedue ende (7) Erfgename van Claes Dircx Gardijn, bij hem onlangs -geleden gecoft ende voorts in minderinge van de uytgeloofde cooppenningen der selve huysingen souden doen verstrecken de resterende cooppenningen van de voorsz. huysinge op de Groene Hasegraft, sijnde vijff hondert vijff ende dertich guldens. te betalen met vijffentseeventich gulden sjaars, Meijedage 16 hondert -drie en dertich t&quot; 1ste .
Soo ist, dat wij t&quot; versouck voorsz. redelick bevindende ende genegen sijnde de voorsz. Compt. te accommideren ende daer op gehoort hebbende Wouter Dircx, cleermacker ende Ernst Jansz, lackenbereijder. Voochden van de voorsz. weeskinderen te dienfijne mede voor ons comparerenden &quot;t selve versouck bij dese hebben toegestaen ende bewillicht, heeft dienvolgende hij comperant bij desen in plaetse voorsz. tot verseeckertheijt alsvoren specialick verbonden t&quot; voorsz. huys ende erve staende en gelegen binnen deser Stede van Leijden op de Middenwech ende overgevende voorts, dat de voorsz. resterende cooppenningen vant&quot;huys op de Groene Hasegraft sijnde alsvoren vijff hondert vijffendertich guldens sullen werden verstreckt op te termijnen alsvoren in minderinge van de cooppenningen vant&quot; huys op de Middenwech voorseyt, mits t&quot; weleke wij bij dese de voornomde huysingen op de Groene Hasegraft ende in de Narmstraat sijn ontslaende van t&quot; speciael ende generael verbant van t&quot;bewijs opbrengen ende uijtsetten van de voornomde vijff kinderen, bij de voorsz. Lodewijck Thomasz daer op alsvoren gebracht. Blijvende niettemin den vorderen inhouden van den gemelden bewijsbrieff, daer op desen es deursteecken in sijn geheel ende ongecrenckt. Compareerden mede voor ons Joos Corneille, coper van den voorsz. huysinge op de Groene Hasegraft (8) ende debiteur van de voorsz. vijff hondert vijffendertich -guldens ende belooffde bij desen bij eere ende vromichheijt de voorsz. vijff hondert vijffendertich guldens op de termijnen van vijffentseeventich -guldens sjaars alsvoren te betalen ende verstrecken in minderinge van de cooppenningen bij de voornomde Lodewijck Thomasz uijtgelooft voor de voorsz. verbonden huysinge op de Middenwech onder verbant als recht es der t&quot; oirconde desen bij ons met onse onderteijckeninge ende t&quot;segel van de weescamere deursteecken op de voorsz. originele bewijsbrieff bevesticht, desen 25e Juny Anno 1600 twee en dertich.
Onder de plyeque stont geteyckent A. Jaspers van Vesanenvelt, Cornelis van Warmont, wesende besegelt als de voorgaende.

(9)
Uit het Weeskamer-archief te Leiden No 106 Deel D folio 43

Jan Hoppe, lackenbereijder ende Wouter Dircksz., cleermacker, gebeden vrunden, zijn voochden -gestelt over Harmen out 17, Jan 6, Thomas 2, Geertruyd 14 ende Eva 9 jaeren, elck daeromtrent naergelaten kinderen van za. Aeltgen Harmensdr., -gewonnen bij Lodewijck Thomasz, fusteijndrapier. Comparerende hebben de voochdie aengenomen ende eedt gedaen aen weesmeesteren van der Meij ende Bronchoven op ten 17. January 1631.

Kanttekening bij de voogdijstelling van 17 januari 1631

Jan Jansz Clement, laeckenbereijder, gebeden vrunt is tot medevoocht gestelt over de weeskinderen van Aeltgen Harmensdr. Gewonnen bij Lodewijck Thomasz. in plaets van Jan Hoppe.
Comparerende hebben de voochdie aengenomen ende eedt gedaen aen weesmeesteren op ten 17e Meij Anno 1632.

Uit het weeskamer-archief te Leiden No 131 Deel F folio 1 en 1v

Lodewijck Thomasz, fusteijndrapier.

Wij Schepenen der Stadt Leijden hier ondergeteijckent doen cont eenen ijgelicken dient behoort, dat voor ons -gecomen ende verschenen zijn Lodewijck Thomasz, fusteijndrapier, vader. Harmen Lodewijcksz bouckdrucker ende Davidt Lodewijck, twinder, man ende voocht van geertgen Lodewijck, broeder ende zuster ende sulck tsamen Erffgenamen van Jan, Thomas ende Eva Lodewijck, overleden (10) kinderen van Lodewijck Thomasz voorsz. gewonnen bij Aeltgen Harmens, zijn za. Huysvrouwe ende bekenne bij desen voor haer haeren erven ende naercomelingen uyt handen van de E. Heeren Weesmeesteren der voorsz. Stede namentlick Jan Jansz Orlers, Dr. Willem van Moerberg, Mr. Hieronimus -de Bachere ende Johan van Lankhot -als oppervoochden van allen onmondigen ende anderen toesicht behourende gelicht ontfangen ende nut volcomen genougen naer hen -genomen te hebben, zodanige goederen, geschriften, instrumenten en numimenten als tot desen daege toe van de voorsz. dese overleden kinderen wegen ter weeskamere dezer stede in getrouwe bewaringe gelegen ende besust mogen hebben egeen vandien uytgesondert quiterende daer van mith. desen de E. Heeren Weesmeesteren voorsz. oock mede de voorsz. kinderen haer voocht ende wijders allen anderen dient behoort mitsgaders van alle handelinge ende bewint desen aengaende gehadt ende gedaen behorende alle de zelve ende yder vandien int bysonder daer van te indemnieren ende guaranderen onder verbant van haer persoon ende goederen, roerende onroerende tegenwoordige ende toecomende egeen vandien uytgesondert in oorconden desen bij ons Schepenen voorut geteijckent op ten 24e Marty Anno 1600 achtendertich!

N.B. Volgens de leidse begraafklappers werd Jan Hoppe(n) op 16 April 1632 in de Pieterskerk begraven. Hij was overleden in zijn woning ,, bij &quot;t gevangenhuys".

(11)
Uit het Kerckelijke Huwelijckx Proclamatie-Boeck- Leijden M folio 125 v.

Aangeteijckent den 27e Decb. Anno 1639
Lodewijck Thomasz., weduwnr. van Aeltgen Hovaarsdr., woonende op de Middelwegh, verges. met Isaack Belsier, zijn toecomende vader. met
Susanna Belsier, jongedochter van Colcester, woonende in de Boomgaertsteegh verges. Met Susanna, haer moeder.
Kanttekening werd gemaakt, dat de aangetekenden te Zoeterwoude zouden trouwen (Attestatie Hooglandse Kerk)
Met Colcester zal wel Colchester (Engeland)zijn bedoeld.

Uit het Weeskamer-archief te leiden No 106 Deel E folio 169 v.

Isaacq Bellechière, baeydrapier, grootvader ende David Honis, twijnder, behouwende broeder sijn voochden gestelt over Thomas oudt 10, Johannes 7, Cornelis 1 jaer en Susanna 5 jaren elcx daeromtrent achtergelaten naerkinderen van lodewijck Thomasz van Gresteck, fusteijnwercker, -gewonnen bij Susanna Bellechière. Comparerende hebben de voochdije aengenomen ende eedt gedaen aen de Backere ende Eleman op ten 2e Octob(er) 1652.
Den voorz. boedel is bij Weesmeesteren gerepudiert

Hier zij opgemerkt dat dit het eerste offiële stuk is, waarin ik de nadere aanduiding ,,van Gresteck" neergeschreven zag staan (zie de familienaam ,,van Grasstek"). Uit dit stuk blijkt ook dat Lodewijck Thomasz. weer fusteijnwercker, dus knecht ia geworden; dit in tegenstelling met de andere acten waarin hij drapier, dus nog eigen baas was. In die dagen waren er bezittingen welke het waard waren door de E. Heeren Weesmeesteren beheerd te worden. In 1652 echter werd de boedel door hen ,,gerepudiert", hetgeen wil zeggen, dat de Weesmeesteren afstand deden van het beheer hierover, wegens gebrek aan activa.
(12) Wat betreft de kinderen uit het 1e huwelijk van Lodewijck Thomasz met namen Eva. Jan en Thomas is het niet mogelijk gebleken de juiste overlijdens- en of begraafdata van elk dezer kinderen te kunnen vaststellen. In de Leidse begraafboeken staat slecht vermeld, dat als overleden werd aangegeven op:
a) Den 25 October 1633 Het kind van Lodewijck Thomasz, in de Toornsteech. Begraven in de Hogelantsche Kerck
b) Den 30 November 1635 Het kind van Lodewijck Thomasz, in de Backerssteech. Begraven in de Pieterskerck.
Aangenomen moet worden, dat kort voor de 24e Maart 1638 het derde nog onmondige kind van Lodewijck Thomasz moet zijn overleden; dit in verband met de datering van het stuk, No.131 Deel F fol. 1 en 1 V van het Weeskamer-Archief. (zie voren)

Wat betreft de kinderen uit het 2e huwelijk van Lodwijck Thomas met namen Johannes en Cornelis staat vast, dat zij op 2 October 1652 leefden. Zie de acte No.106 Deel E fol. 169V. van het Weeskamer- Archief te Leiden. Nadere gegevens betreffende deze twee kinderen konden zowel in het Leidse archief als in het Alg. Rijksarchief te &quot;s Gravenhage niet worden verkregen.

Susanna Belsier hertrouwde met Lowijs Willema. De aantekening van dit huwelijk vond op 29 Maart 1662 te Leiden plaats.