Terug naar de namenlijst

Persoonskaart van Judith Hermanna van Grasstek

Judith Hermanna van Grasstek is geboren 20-11-1792 te Bodegraven, dochter van Franciscus van Grasstek en Maria Johanna Akerlaken. Zij is gedoopt 25-11-1792 te Bodegraven, in de N.H. kerk. Judith Hermanna is overleden 18-12-1820 te Leiden, Hooygragt , 28 jaar oud. Zij is begraven 23-12-1820 te Leiden, in de Pieterskerk.

Judith Hermanna trouwde 05-05-1814 met Frederik van Catz Smallenburg.

Kinderen

- ♂ Willem Jan Jacob van Catz Smallenburg 30 jaar oud
- ♂ Frederik Herman van Catz Smallenburg 27 jaar oud




Afbeeldingen

Notities bij Judith Hermanna van Grasstek

Frederik van Catz Smallenburg was de zoon van Willem van Catz Smallenburg, predikant der Gereformeerde Gemeente te Boskoop, welke aldaar op 26 Maart 1825 overleed. Frederik was aanvankelijk als chemist, doch later als apotheker werkzaam.
Na het overlijden van Judith Hermanna van Grasstek op 18 December 1820 te Leiden, hertrouwde Frederik van Catz Smallenburg op 3 September 1829 eveneens te Leiden met Antoinette Frederique Schütz, geboren 28 Februari 1784 te Maastricht, dochter van Jean Nicolaas Schütz, begraven op 15 Februari 1804 te Delft en Henriëtte Magdelaine de Rochbrune, overleden op 20 Januari 1828 te Leiden.


Uit het Doopboek ? 3, Bodegraven (Rijksarchief ’s Gravenhage)
1792, 25 November
(geb. 20 dito) Judith Hermanna, do. Van Franciscus van Grasstek, Predikant alhier en Maria Johanna van Akerlaken.
Doopgetuige: Mejuffr. Judith a Meijnsma, Huisvr. Van den Wel Eerw. Zeer geleerden Heer Th. A. van Grasstek


Uit het Ondertrouwregister G. (Ao. 1812 – 1817)
Leijden, den 22 April 1814
Frederik van Catz Smallenburg , oud 32 jaar, chemist, geboren te Boskoop, wonende te Leijden op de Haarlemstraat Wijk 6 ? 207, meerderjarige zoon van Willem van Catz Smallenburg, Predikant der Geref. Gemeente te Boskoop en van Johanna Jacoba Ruysch, zonder beroep, wonende te Boskoop
Met
Judith Hermanna van Grasstek, oud 21 jaar, zonder beroep, geboren te Bodegraven, wonende te Leijden op de Hogewoerd Wijk 3 ? 392, meerderjarige dochter van Franciscus van Grasstek, overleden en Maria Johanna van Akerlaken, zonder beroep, wonende te Leijden op de Hogewoerd.


Afschrift van aankondiging enz. in dagblad
Heden zijn ondertrouwd:
F. van Catz Smallenburg en
J.H. van Grasstek
Leijden, den 22 April 1814


Afschrift van aankondiging in dagblad
Heden overleed, na eene kortstondige plotselinge ziekte, in den ouderdom van 28 jaren, mijne Huisvrouw, Judith Hermanna van Grasstek, met welke ik gedurende ruim 6 jaren in den gelukkigsten Echt leefde, waaruit zij mij twee kinderen, die hun verlies nog niet kunnen beseffen, nalaat.
F. van Catz Smallenburg
Leijden, den 18 December 1820


Uit het Begraafboek (Gem. Archief Leiden)

Den 4 Juli 1848 is aangegeven het overlijden op 4 Juli 1848 vanF. Van Catz Smallenburg, gehuwd met A.F. Schütz, oud 67 jaar, Hooigracht Wijk 7 ? 749.
Acte ? G. 5. Begraven 8 Juli 1848 P.B. (Papegaaien Bolwerk)

Uit notariële acte d.d. 5 Mei 1814 en 24 Juni 1814 en 7 April 1815 van notaris P. van Hemeren blijkt, dat Judith Hermanna toen aan de Hogewoerd Wijk 3 ? 392 woonachtig was, terwijl Frederik van Catz Smallenbrug (apothecar) vermeld wordt aan de Haarlemstraat Wijk 6 ? 207 eveneens te Leiden.


Judith Hermanna van Grasstek als erfgename van Thomas Arnoldus van Grasstek (Zie ? 124)

Uit de acte ? 109 d.d. 4 September 1807 van notaris Pieter van Hemeren i.z. scheiding en aanbedeling van de boedel van wijlen Thomas Arnoldus van Grasstek (? 124)
(Gem. Archief Leiden)
,,Judith Hermanna van Grasstek komt mede voor een vijfde in den vorenstaande staat ter somma van ƒ 3914_17_3 1/5.
In voldoening van dien werd ten zijnen behoeve aan zijn vooghden de Heeren Willem van Grasstek en Christiaan van der Kop aanbedeeld en in vollen vrijen eigendom toegewezen en overgegeven ’t geen haar onder het lot A is te beurt gevallen als
Ten laste van de Bataafsche Republiek
Een Nationale schuldbrief, rentende.”


Uit de Acte ? 123 d.d. 26 Juni 1814 van notaris Pieter van Hemeren i.z. Afgifte eener Erfportie (Gem. Archief Leiden)

,,Wijders verklaarde zij Comparanten (d.z. Frederik van Catz Smallenburg, Apothecar en Judith Hermanna van Grasstek, Echtelieden) uit handen van den Heere Thomas Arnoldus van Grasstek, Procureur, wonende binnen deze Stad op de Hooygracht, in qualiteit als vermits het overlijden van wijlen de Heeren Willem van Grasstek en Christiaan van der Kop, eenig overgebleven Voogd over de minderjarige nagelatene Kindskinderen en Erfgenamen van wijle den opgemelden Heere Thomas Arnoldus van Grasstek, te hebben ontvangen en overgenomen: Eerstelijk Vijf Bewijzen van primitive inschrijving in het Grootboek der Nationale Werkelijke Schuld van Holland, alles gesteld ten name van Willem van Grasstek en Christiaan van der Kop als Voogden over Judith Hermanna van Grasstek te Leiden
Voorts alle de overige Obligatiën en andere Effecten, alsmede de Somma van drie honderd negen en twintig guldens drie stuivers elf en een vijfde penning in contanten tot Supplement van het aandeel van de Juffrouw tweede Comparante toegewezen, mitsgaders ’t geen verder ten behoeve van de tweede Comparante bij de voorschreeve Acte van Scheiding is toe- en aanbedeeld geworden.”


Bovendien ontving Judith Hermanna nog ƒ 2150_17_8, zijnde haar 1/5 deel van de opbrengst der verkochte Engelse effecten (geconsolideerde bank ten laste van Engeland).
(Zie hierover de tekst van Lodewijk Franciscus van Grasstek, ? 143)

Extract uit notarieël Archief ? 159 fol. 195 t/m 201 (Gem. Archief Leiden)

Op 5 Mei 1814 maakten Frederik van Catz Smallenbrug, Apothecar, wonende op de Haarlemstraat Wijk 6 ? 207 en Judith Hermanna van Grasstek, wonende op de Hogewoerd Wijk 3 ? 392, beiden geadsisteerd met zijn ouders en haar Moeder, voor noatris Pieter van Hemeren te Leiden, de bedingen en voorwaarden van hun toekomstig Huwelijk op.
Art.1. De voorgenomen echtverbintenis zal plaats hebben met uitsluiting van alle soort van gemeenschap van Goederen, zoals bij de wet bepaald.
Art.2. De Bruidegom zal het beheer hebben over de tegenwoordige en toekomstige roerende en onroerende goederen van de Bruid. De vruchten en inkomsten zullen uitmaken het aandeel van de Bruid.
De lasten en onkosten des huwelijks en der huishouding komen aan de Bruidegom.
Art.3. Bij eventuele scheiding van het huwelijk moet binnen de tijd van zes weken een authentique acte worden opgemaakt, dit ten aanzien van gemaakte winsten of geleden verliezen te bate of ten laste van elk der Comparanten. Onder winsten zullen niet worden gerekend, erfenissen, donatiën, legaten en andere diergelijke inkomsten. Wordt geen authentieke acte opgemaakt, zo zal de Bruid in Winsten en Verliezen, staande het huwelijk, niet participeren.
Art.4. Elk der aanstaande echtgenoten zal voor haar of hem zelf verantwoordelijk zijn, voor de door haar of hem aangegane Schulden en Hypotheken, zowel vóór als staande het huwelijk. Die dezelven zal hebben gecontracteerd, zal ook voor de betaling aansprakelijk zijn.
Art.5. Van de goederen en bezittingen, welk door ieder der aanstaand echtgenoten zullen worden in en aangebracht zal een ,, Staat en Inventaris” op gezegeld papier worden gemaakt.
Art.6. Ten aanzien van de goederen, welke na dezen aan ieder der echtgenoten zullen
opkomen, moet op gelijke wijze onderhands of authentiek inventaris worden gemaakt,
anders zal het recht van eigendom op zodanige wijze moeten worden aangetoond, als
in dit geval het best zal kunnen geschieden.
Art.7. Ook van vervanging, verwisseling of verandering zowel van roerende als onroerende
Goederen zal aan staat worden bijgehouden. Zo niet, dan zal ten aanzien van de onroerende goederen de waarde worden berekent naar derzelve verkoopprijs en die der roerende goederen naar het effective waardebedrag.
Wat betreft kleding, meubelen, tafel- en bedlinnen, Goud, Zilver, Paarlen, Juwelen en anderen preciosa; hieraan zal geen andere waarde worden gevolgd, dan die, welke op de Staat of Inventarissen zijn vermeld.

Volgens de Staat of Inventaris werd door Frederik vanCatz Smallenburg ingebracht aan:
Meubilair en Koopmansgoederen
voor de waarde van ƒ 6000.-
Aan Contanten ƒ 550.-
-----------------
Te Samen ƒ 6550,-

Door Judith Hermanna van Grasstek aan±
Obligaties en Certificaten ƒ 19900,-
Kapitaal op het Grootboek der Publ. Schuld Holland ƒ 24900,-
Kleding en linnengoed ƒ 300,-
Goud, zilver, paarlen, juwelen ƒ 500.-
Aan Contanten ƒ 1000,-
Schuldbekentenis van haar broer Th. A. van Grasstek ƒ 1600,-
Te Samen ------------------
ƒ 48200,-

N.B. Op deze inventarisatielijst vermeldde de notaris de nominale waarde der stukken.


Extract uit notarieël Archief ? 160/67 fol. 133-134 (Gem. Archief Leiden

Op 7 April 1815 gaf Judith Hermanna van Grasstek, wonende op de Hogewoerd, Wijk 3 ? 392, voor notaris Pieter van Hemeren haar testament op.
1e Zij stelde tot haar legataris, indien zij uit haar huwelijk kinderen in leven mocht achterlaten, haar man, Frederik van Catz Smallenburg, voor een vierde part haar nalatenschap in eigendom en een ander vierde part in vruchtgebruik en ontsloeg hem van ´t stellen van cantie.
2e Indien zij zonder kinderen in leven na te laten zou komen te overlijden, stelde zij tot haar enige en algemene erfgenaam, haar man, Frederik Catz Smallenburg, onder uitkering van zodanig deel als haar moeder, Maria Johanna van Akerlaken, als dan volgens de wet in haar nalatenschap competeerde.
3e Eveneens aan haar moeder, ´t zij dat er kinderen in leven, ´t zij er geen kinderen waren nagelaten, al haar kleding met de bemerking, dat in geval van haar kinderloos overlijden, de waarde hiervan niet zal mogen worden gekort aan de portie van haar moeder, zoals de wet anders voorschrijft.


Extract uit notarieël Archief ? 160/70 fol. 139-140 (Gem. Archief Leiden

Op 10 April 1815 gaf Frederik van Catz Smallenburg, wonende op de Hogewoerd, Wijk 3 ? 392, voor notaris Pieter van Hemeren zijn testament op.
1e Hij stelde tot zijn legataris, indien hij uit zijn huwelijk kinderen in leven mocht achterlaten, zijn huisvrouw Judith Hermanna van Grasstek, voor een vierde part zijner nalatenschap in eigendom en een ander vierde part in vruchtgebruik en ontsloeg haar van ´t stellen van cantie.
2e Indien hij zonder kinderen in leven na te laten zou komen te overlijden, stelde hij tot zijn algemene erfgenaam, zijn vrouw, Judith Hermanna van Grasstek ,,onder uitkering van zoodanig deel als mijne ouders, Willem van Catz Smallenburg en Johanna Jacoba Ruysch, Echtelieden, wonende te Boskoop of de langstlevende van hun, als dan volgens de wet in mijne nalatenschap is competeerende."