Terug naar de namenlijst

Persoonskaart van Abraham Bernardus van Grasstek

Abraham Bernardus van Grasstek is geboren 21-07-1789 te Amsterdam, zoon van Jan Lodewijk van Grasstek en Susanna Geertuyda Guillod. Hij is gedoopt 28-09-1789 te Amsterdam, in de Nieuwe Kerk. Abraham Bernardus is overleden 02-08-1855 te Amsterdam, Bloemstraat buurt DD 202 , 66 jaar oud. Hij is begraven ?-08-1855 .

Abraham Bernardus trouwde 05-06-1816 met Gerridina Busscher (Busser).

Kinderen

- ♂ Lodewijk van Grasstek 82 jaar oud
- ♀ Charlotta Geertruyda van Grasstek 37 jaar oud
- ♀ Alida van Grasstek 50 jaar oud
- ♀ Gerardina Hendrina van Grasstek 69 jaar oud
- ♀ Susanna Geertuida van Grasstek 90 jaar oud
- ♂ Abraham Bernardus van Grasstek 0 jaar oud




Afbeeldingen

Notities bij Abraham Bernardus van Grasstek

Was als zilversmid werkzaam (zie het gedeelte ,, De Zilversmerderij”). Het gezin, Abraham Bernardus van Grasstek, woonde achtereenvolgens:
In 1817 1e Rozendwarsstraat 25
In 1819 Egelantiersstraat 232
Van 1822t/m 1824 1e Leliedwarsstraat 185
In 1826 2e Leliedwarsstraat 18
Van 1830 t/m 1836 Rozengracht 66
Korte tijd, nadat hij in 1837 het compagnonschap met de Wed. Stellingwerff – Voorthuys was aangegaan, ging Abraham Bernardus van Grasstek boven de zilversmederij wonen en dus op het adres, Bloemstraat 22.
Dit pand werd in het jaar 1852 vernummerd en werd toen tot 1875 aangeduid met ,,Buurt DD no 202”. In het laatstgenoemde jaar werd weer een nieuwe nummering ingevoerd, waardoor het huis het nummer 46 kreeg, hetgeen het thans nog heeft.

Uit het inschrijvingsregister van het Burger Weeshuis te Amsterdam blijkt, dat Abraham Bernardus van Grasstek zich op 11 October 1843 liet inschrijven (Reg. ? 2 fol. 74).
Dit zal hij hoogstwaarschijnlijk hebben laten doen om zijn kinderen in de gelegenheid te stellen zich tegen het goedkope tarief van ƒ 1,50 te laten inschrijven.
Hij zelf kon zich n.l. als kleinzoon van een gewezen poorter van de stad Amsterdam ook tegen verminderd tarief laten inschrijven, dit ingevolge de geldende bepalingen.
Op het moment, dat hij zich liet inschrijven, had hij echter geen kinderen, die nog in het weeshuis zouden kunnen worden opgenomen, daar deze kinderen n.l. al ouder waren dat 14 jaar.
De poorterinschrijving van zijn grootvader, Abraham Bernardus van Grasstek(zie no 126) vond op 7 September 1762 plaats.

Afschrift van opgave van de Burg. Stand der Gemeente Zwolle
(Gem. Archief Amsterdam)

Extract
Uit het Doopregister der Luthersche Gemeente is geëxtraheerd,
dat op den agtentwintigsten October des jaars zeventienhondert negen en tagtig is geboren een dogter genaamd Gerridina, waarvan de vader is Hendrik Buscher en moeder Christina Elisabeth Delkerskamp.
Zwolle, 1 April 1816

Afschrift van de trouwacte – bijlagen (Gem. archief Amsterdam)

Abraham Bernardus van Grasstek, oud 27 jaar, silversmitsknegt, in de Nieuwe Leliestraat no 183, gedoopt den 28 September 1788, zoon van Jan Lodewijk van Grasstek, winkelbediende, als boven en Susanna Geertruida Guillod
___________
Gerridina Busscher van Zwolle, oud 26 jaar, naayster in Eerste Roosedwarsstraat boven de osseslager, gedoop 28 October 1789, dogter van Hendrik Buscher, overleden en Christina Elisabeth Delkerskamp buyten beroep, woonende als boven (consent).

Uit het Lidmatenboek der Ned. Herv. Gemeente Amsterdam (Kerk. Archief)
Den 22 Februari 1811
Abraham Bernardus van Grasstek, 1e Bloemdwarsstraat,
per belijdenis

Uit het trouwregister ? 4 fol. 6 (Gem. archief Amsterdam)
Den 5 Juni 1816
Abraham Bernardus van Grasstek, van Amsterdam, zilversmitsknegt, oud 27 jaren, wonende alhier, meerderjarige zoon van Jan Lodewijk van Grasstek, winkelbediende en Susanna Geertruy Guillod, mede wonende alhier, ter eenre zijde
En
Gerridina Buscher, van Zwolle – Provintie Over – Yssel, naayster, oud 26 jaren, wonende alhier, meerderjarige dogter van Hendrik Buscher, overleden en Christina Elisabeth Dalkerskamp, mede alhier woonachtig ter andere zijde.
Getuygen: Jan Lodewijk van Grasstek, vader des bruidegoms
Oud 54 jaren
Hendrik Trippelaar, zilversmitsknegt, oud 58 jaren
Hermanns Koster, zilversmitsknegt, oud 68 jaren
Johannes Cremoes, timmermansknegt, oud 40 jaren


De Zilversmederij
Als wij de loopbaan van Abraham Bernardus van Grasstek goed willen volgen, moeten wij beginnen bij zijn leermeester, Jacob Hendrik Stellingwerff, geboren te Zwolle in 1773 en getrouwd te Amsterdam op 1 April 1803 met Gesina Voorthuys, geboren te Zwolle in 1779.
Jacob Hendrik was meester – zilversmid en zijn smederij was ondergebracht in het pand, Tuinstraat ? 130 te Amsterdam. Hij had zich gespecialiseerd in het vervaardigen van groot zilverwerk zoals broodmanden en trommeltjes.
Uit het boekje ,,Bonebakker 1792-1967”, geschreven ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan dezer zilversmederij, door M.G. Emcis Jr., blijkt dat Stellingwerff in het jaar 1807 opdracht kreeg van Bonebakker om 3 paar kastanjevazen te vervaardigen.
Toen de fa. Bonebakker van de stad Amsterdam opdracht kreeg een 419-delig zilveren tafelservies te leveren, bestemd voor kroonprins Willem Frederik van Oranje, de held van Waterloo, die op 29 Februari 1816 was gehuwd met de Russische keizersdochter Anna Paulowna, besteedde Bonebakker van het servies, dat op 30 Maart 1818 in het paleis op de Dam te Amsterdam werd aangeboden, de 8 schalen met deksels, de 2 broodmanden, de 4 aspergetangen en de 4 vislepels uit à raison van ƒ 832.- fatsoen (façon = maakloon) aan de zilversmid Stellinwerff.
Omstreeks deze tijd kreeg Jacob Hendrik Stellingwerff behoefte aan een grotere smederij en dus betrok hij het pand in de Bloemstraat ? 22.

Abraham Bernardus van Grasstek voelde zich als jongeling reeds aangetrokken tot het edele vak der zilversmeden en trad daarom als leerling in dienst bij Jacob Hendrik Stellingwerff, die als spoedig zag, dat de jonge Bram over talent beschikte.
Bij Stellingwerff leerde hij niet alleen zijn vak, maar ook zijn toekomstige vrouw, Gerridina Busscher, kennen, waarmede hij op 5 Juni 1816 trouwde.

Op 23 November 1823 overleed Jacob Hendrik Stellingwerff op 50-jarige leeftijd en bleef Gesina Voorthuys met haar kinderen achter, waarvan Willem Adrianus, geboren 14 December 1806, en Evert Stellingwerff, geboren 16 Augustus 1809 de oudste twee zonen waren.
Deze zoons leerden wel is waar het zilversmidvak, maar konden hun vader, gezien leeftijd en vakkennis nog niet opvolgen en daarom verzocht Gesina Voorthuys, Abraham Bernardus van Grasstek als meesterknecht - zilversmid de leiding van de smederij op zich te nemen.
Deze overeenkomst bleek voor de fa. Stellingwerff de juiste oplossing voor haar opvolgingsprobleem te zijn geweest, want de firma bleef bij haar opdrachtgevers hetzelfde vertrouwen genieten als toen Jacob Hendrik Stellingwerff nog leefde. Zo bestelde de stad Amsterdam in de zomer van 1830 bij de fa. Bonebakker een omvangrijk zilveren servies. Bonebakker besteedde deze opdracht uit bij 5 gespecialiseerde zilversmederijen, waaronder werderom de fa. Stellingwerff, die de ronde en de ovale schotels, samen 18 in getal moest vervaardigen en waarvan het fatsoen ƒ 750.- bedroeg.

Hoewel Willem Adrianus en Evert Stellingwerff resp. 30 en 27 jaar oud waren, zag de Wed. Stellingwerff – Voorthuys, dat de zilversmederij niet zonder het talent kon van Abraham Bernardus van Grasstek, die in feite al vanaf 23 November 1823 de leiding der firma had gehad en dus werd tot een compagnonschap besloten, waaronder de firmanaam werd gewijzigd in:
,,Stellingwerff en van Grasstek”

Op 6 Januari 1837 werd dan ook aangifte gedaan onder ? 693 bij de waarborg op de gouden- en zilverwerken, destijds gevestigd in het ,,Oostindische Huis”, Oude Hooghstraat te Amsterdam, door de Wed. Stellingwerff, geboren Voorthuys Gesina en van Grasstek Abraham Bernardus, gevestigd in de Bloemstraat ? 22 te Amsterdam.
Frabrikanten van groot zilverwerk
Meesterteken: S & G

Abraham Bernardus van Grasstek kwam nu met zijn gezin boven de smederij te wonen en was zodoende steeds bij de hand voornamelijk ook ’s avonds als de opdrachtgevers nog even met meester-zilversmid van Grasstek wilden spreken over de werkstukken. Het ging de compagnons werkelijk niet slecht.
In 1840 was de Wed. Stellingwerff – Voorthuys nog steeds actief bij de firma betrokken, want uit de trouwacte van haar zoon, Willem Adrianus Stellingwerff, die op 26 Februari 1840 trouwde met Jannigje van Tigchelen, Wed. van Harmanus Pepijn (Reg. 1 fol 53 Gem. Arhief Amsterdam) blijkt, dat de Wed. Stellingwerff nog ,,zilversmids – affaire doende”was, terwijl de bruidegom, Willem Adrianus, als ,,zilversmidsknegt”wordt vermeld.

Tussen de jaren 1840 en 1844 moet hierin echter verandering hebben plaatsgevonden, want uit de trouwacte van de tweede zoon, Evert Stellingwerff, die op 31 Januari 1844 trouwde met Hermina Pot (Reg. 1 fol. 54 Gem. Arhief Amsterdam) blijkt, dat de Wed. Stellingwerff dan ,,zonder beroep” is, en dat de bruidegom, Evert, als ,,zilversmidsknecht” wordt vermeld, terwijl getuige, Willem Adrianus Stellingwerff als ,,zilversmid” wordt genoemd.
Hieruit is te concluderen, dat de Wed. Stellingwerf – Voorthuys zich tussen de jaren 1840 – 1844 uit de zaak terug trok ten gunste van haar oudste zoon Willem Adrianus.

Voor meester – zilversmid Abraham Bernardus van Grasstek bracht deze interne wijziging geen enkel verschil met zich mede; hij behield de leiding en kreeg in de zomer van 1845 weer een mooie opdracht, waarvan de tastbare bewijzen thans nog voorhande zijn.
In dit jaar n.l. bestelde Hr. J. Commelin bij de fa. Bonebakker doop- en avondmaalzilver voor de Oude Kerk te Amsterdam.
Het doopstel zou bestaan uit waterkan en doopbekken.
Het avondmaalzilver moest 12-delig worden t.w.
1 grote wijnkan van 5 l. inhoud
2 kleinere wijnkannen van 2 l. inhoud elk
4 nachtmaals bekers
1 vierkante broodschotel
2 ronde broodschotels
2 offerschalen
Van deze bestelling kreeg de fa. Stellingwerff van Grasstek opdracht tot vervaardiging van de 3 broodschotels, de 2 offerschalen en het doopbekken.

In 1848 kreeg ook de Westerkerk te Amsterdam een 12-delig zilveren avondmaalstel, dit ingevolge de wilsbeschikking van de Wed. Wilhelmina Lentfrinck – van Schevicharen, die had bepaald, dat deze schenking dus na haar dood zou geschieden. Haar erfgenamen bestelden het avondmaalszilver bij de fa. Bonebakker, die de opdracht weer precies zo uitbesteedde als dit het geval was met het avondmaalsstel voor de Oude Kerk.

Op 26 Februari 1848 leverde de fa. Stellingwerff en van Grasstek aan de fa. Bonebakker 1 vierkante en 2 ronde avondmaalsschotels (gewicht 4922 gr.).
Het fatsoen hiervoor bedroeg ƒ 180.-.
Op 18 Maart 1848 leverde de fa. Stellingwerff en van Grasstek aan de fa. Bonebakker 2 offerschalen met trechters (gewicht 3657 gram). Hiervan was het fatsoen ƒ 200.-.
Voor materiaal, arbeidsloon en winst berekende de fa. Bonebakker aan de opdrachtgevers voor de 3 schotels ƒ 855.- en voor de 2 offerschalen ƒ 630.-.

In het jaar 1849 besluiten de firmanten, Stellingwerff en van Grasstek, het compagnonschap te beëindigen. Abraham Bernardus van Grasstek zal de zaak, maar nu onder eigen naam, verder voeren, terwijl Stellingwerff zal uittreden.

Als gevolg van deze overeenkomst werd op 28 Januari 1850 aangifte gedaan onder ? 916 bij de Waarborg op de gouden- en zilverwerken door van Grasstek Abraham Bernardus, als fabrikant van groot zilverwerk, gevestigd in de Bloemstraat ? 22 te Amsterdam.
Het Meesterteken: A.B.v.G.

De Wed. Gesina Stellingwerff – Voorthuys heeft deze verbreking van het compagnonschap niet lang overleefd. Zij stierf op 24 Mei 1850 in de ouderdom van 71 jaar op het adres, Herenstraat ? 29 te Amsterdam (Reg. 3 fol. 90 Gem. Archief Amsterdam)

Op 2 Augustus 1855 overleed in zijn woning, Bloemstraat ? D.D. 202 (het nummer 22 was in het jaar 1852 gewijzigd in D.D. 202) meester-zilversmid, Abraham Bernardus van Grasstek in de ouderdom van 66 jaar.
Zijn heengaan was niet alleen voor het gezin een groot verlies, maar was ook voor de zaak van enorme betekenis. De Wed. Gerridina van Grasstek – Busscher stond dan ook voor een zeer zware taak.

Op 31 Augustus 1855 werd aangifte gedaan onder ? 990 bij de Waarborg op de gouden- en zilverwerken door de Wed. A.B. van Grasstek, geboren Busscher, Gerardina, als fabrikante van groot zilverwerk, gevestigd in de Bloemstraat D.D. 202 te Amsterdam.
Het meesterteken: G.B.

De Wed. van Grasstek – Busscher hield na het overlijden van haar echtgenoot het administratief en financieel beheer der zaak aan zich, zoals ook blijkt uit de trouwacte van haar dochter, Susanna Geertruida van Grasstek, die op 4 September 1856 trouwde met Joannes Weenink (Reg. 8 fol. 51v. Gem. Archief Amsterdam), waarin Gerridina Busscher als ,,goud- en zilverkashoudster” wordt genoemd.
De leiding van de zilversmederij droeg zij aan haar zoon, Lodewijk, over.

Voor voortzetting en beëindiging der zaak zie ? 167.


Uit de Notulen van Kerkmeesters van de Westerkerk (Archief Herv. Gem.)
1 Juni 1832 ,,C. Vettewinkel (een kerkeknecht) is overleden, en in deszelfs plaats aangesteld Abraham Grasstek, zoon van de onlangs overleden plaatsbewaarster, die zich vrijwillig belastte met de zorg voor zijnen bejaarden Vader, die door het verlies zijner Vrouw van vaste inkomsten verstoken was, en is deze begeving geschied op den ouden voet tegen het genot van ƒ 15.- ’s jaars, ingaande 1 Juli 1832”.
(De werkzaamheden bestonden ui assistentie bij de bediening van het H. Avondmaal, speciaal bij het in- en uitgaan van het Doophuis)

30 October 1855. In de plaats van den overleden Adsistent bij de bediening des Avondmaals, A.B. van Grasstek (sic!) wordt aangesteld, Lodewijk van Grasstek.
Hiervan zal aan de Algemeene Commissie worden kennis gegeven.

1 November 1864 ,, Tengevolge van het overlijden van de Wed. van Grasstek – Busscher, wordt onder goedkeuring der algemeene vergadering tot assistent bij de Avondmaalsbediening aangesteld, Martinus Schreuder Goedheid.

Hieruit blijkt, dat Gerridina Busccher het assistentschap van haar zoon, Lodewijk, had overgenomen; dit zal vermoedelijk wel geschied zijn voor 30 September 1861, de datum waarop Lodewijk met zijn gezin van Amsterdam naar Voorschoten vertrok.
Hoewel Gerridina Busscher op 20 April 1863 van Amsterdam naar de Haarlemmermeer vertrok, is zijn toch tot aan haar overlijden als assistente bij de bediening van het Avondmaal in functie gebleven, zoals uit het voorgaande blijkt. Dit is niet zo vreemd, omdat het voor de Kerkmeesters in deze tijd practisch onmogelijk was nog iemand voor deze werkzaamheden te vinden. In Juni 1875 werd deze functie dan ook afgeschaft.

Gerridina Busscher haar vader, Hendrik Busscher, was gedoopt te Zwolle in de Ned. Herv. Kerk op 27 Juni 1745. Hij overleed te Zwolle en werd aldaar begraven op 6 Juni 1797.
Christina Elisabeth Dalkerskamp was geboren te Bielefeld in West – falen in 1748 en aldaar Luthers gedoopt. Deze overleed te Amsterdam op 6 Mei 1824 in de ouderdom van 76 jaren.
Na het overlijden van Abraham Bernardus van Grasstek op 2 Augustus 1855, trok het gezin Willems (zie ? 170) bij de Wed. van Grasstek – Busscher in en wel van April 1856 tot April 1858. Daarna woonde het gezin van haar zoon Lodewijk (zie ? 167) bij haar in en wel tot 30 September 1861. Op 20 April 1863 vertrok Gerridina Busscher naar de Haarlemmermeer en ging inwonen bij haar dochter Susanna Geertruida, gehuwd met Joannes Weenink (zie ? 171). Het gezin Weenink woonde op ,,Klein Badhoeve”, de rentmeesterwoning, behorende bij de boerderij ,,Badhoeve”.
In deze landelijke omgeving stierf Gerridina Busscher op 75-jarige leeftijd.

Afschrift van kennisgeving in dagblad
Heden overleed, ten huize van haren behuwd – zoon, den Heer J. Weenink, te Haarlemmermeer in den ouderdom van bijna 76 jaren, onze geliefde moeder en behuwd – moeder, Gerridina Busscher, Weduwe van den Heer, Abraham Bernardus van Grasstek.
Uit aller naam,
L. van Grasstek
Voorschoten, 23 Augustus 1864.